21 januari 2020 | Jurrie Drenth

Zondagochtend negen uur. We zitten aan de koffie en ik eet een boterham. Kachel aan. Mijn vrouw zit in een tijdschrift te kijken en ik staar door het raam naar buiten. Allebei in gedachten verzonken. Heerlijk rustig. Ik geef de vogels vaak eten, dus er is altijd een drukte van belang in onze tuin. Af en aan vliegen ze. De één is nog niet weg of de ander komt aan. Tortel, roodborstje, pimpelmees, koolmees, merel, vink enz. Tjonge, het lijkt Schiphol wel. Het is in ieder geval schoon vliegverkeer. Zij hebben niets met vervuilende uitstoot te maken. Al zou dat dan alleen de restanten zijn van hun verorberingen. Flats, daar laten ze er weer eentje.

Zo starend naar buiten met een kop koffie in m’n hand, schieten ineens de vogels alle kanten uit. Boem! Een tortel vloog met een knal tegen het raam waar ik stond te kijken. We schrokken ons rot. M’n koffie viel over m’n hand op de vensterbank. De duif viel op de grond, maar kon toch nog op vliegen en schoot gelijk in de beplanting die tegen mijn heg aangroeit. Zo dicht en helemaal plat tegen de takken bleef de duif zitten. Waar was ze van geschrokken?
Nog geen tel later kreeg ik het antwoord. De slechtvalk streek neer op de overkapping. Natuurlijk ze zijn geschrokken van zijn aanwezigheid. Hij was aan het jagen zoals hij dat hier altijd doet. Binnen twee tellen vloog hij weer weg en vlak onder hem zat de duif. Heel stil plat tegen een tak. Ik hoop dat hij niet gewond is toen hij zo hard tegen de raam was vloog. Hij zit er nog steeds. Een half uur nu al. Ik ga maar eens voorzichtig kijken. Hij beweegt nog wel.
Wat een bijzondere ochtend toch weer!