In de maandelijkse ‘weerpraatjes’ melden we keer op keer bijzondere weerfeitjes die een relatie lijken te hebben met klimaatverandering. De zomers worden warmer, er valt meer neerslag en de koude winters blijven voorlopig nog uit.

Vers in het geheugen staan de recente hete zomers. Zo was er de recordhitte afgelopen juli toen het in Nederland voor het eerst boven de 40 graden werd. In Zoetermeer werd drie dagen achtereen 35+ gemeten met als climax de ruim 37 graden in onze stad. Terwijl het hier nooit warmer werd dan 35 graden. En wat te denken van juni 2019, warmste junimaand ooit? En vooruit nog een recent feitje: niet eerder in de officiële metingen van het KNMI werden twee jaar achter elkaar (2018 én 2019) twee hittegolven geregistreerd. Alle reden om eens terug te kijken op de afgelopen decennia en te onderzoeken wat weerstatistieken over klimaatverandering te vertellen hebben. Maar eerst een anekdote die wat mij betreft haarscherp illustreert wat er gaande is.

Groot contrast met vroeger

In oktober 2018 hield ik een weerpraatje op buurttuin de Zoete Aarde voor de (school)kinderen die daar een tuintje hebben. Ze waren ongeveer negen jaar oud. Ik vergeleek de extreem lange warme zomer van 2018 met die van 1962 toen ikzelf negen jaar oud was. Het contrast was enorm! 2018 scoorde het hoogste aantal zomerse dagen ooit, namelijk 56. Bijna 2 maanden volop zomer dus. 1962 had er maar 5! Niet eens een weekje. En de winter die toen volgde was bitterkoud; op het strand van Katwijk kon je door de ijsschotsen voor zover het oog reikte de zee niet zien. En er was een Elfstedentocht. Zo’n superkoele zomer en ijskoude winter zijn nu eigenlijk niet meer voor te stellen. Over hetere zomers heb ik het al gehad maar ik wil er nóg drie aspecten uitlichten: zon, regenval en de winter.

Zachtere winters

Om te beginnen met dat laatste: statistisch gezien is de kans op een Elfstedentocht volgens velen nog maar 1%; 1x in de honderd jaar dus. Eén mooie indicatie van de ‘opwarmende’ winters is het aantal ijsdagen (dagen waarop het de hele dag vriest) dat we jaarlijks hebben. Die hoeveelheid is sinds 1975 geleidelijk gehalveerd. Normaal was een kleine halve eeuw geleden 9 ijsdagen in het koude seizoen. Sinds 2013 tot nu hebben we er nog maar 9 gehad; gemiddeld wat meer dan 1 per jaar dus! Dit houdt verband met de stijgende gemiddelde temperatuur van de winters. Zo scoorde de gemiddelde winter in de 18e eeuw 1,8 graden en in de 19e eeuw 1.9. Daarna warmde het hard op: in de 20e eeuw was het 2,6 graden en in deze eeuw tot nu toe 4,0 graden! Geen wonder dat Elfstedenwinters uitsterven!

Meer zon maar ook meer (felle) regen

Klimaatverandering uit zich niet alleen in warmere seizoenen maar ook in de hoeveelheid zon. De cijfers spreken ook hier duidelijke taal en zullen velen verblijden: het zonnetje laat zich steeds vaker zien. Ik kijk daarbij naar de afgelopen drie decennia en richt me op het warme (buitenweer) seizoen: april tot en met september. Van 1990 tot 2020 is hier het aantal zonuren geleidelijk gestegen van 1048 naar 1165 en de prognose is 1204 in 2030. Zoveel zon in combinatie met hitte werkt ook uitdroging in de hand; iets wat we vorig jaar ook goed in onze regio konden merken. En dat brengt me tot slot op het aspect regenval. Sinds ruim een eeuw geleden is de hoeveelheid neerslag geleidelijk toegenomen van 690 mm naar 874 mm. Dat betekent ruim een kwart meer hemelwater. De toename is het sterkst in de kustgebieden waar Zoetermeer vlakbij ligt dus is het aannemelijk dat in onze regio de toename in de buurt van de 30% ligt. De neerslag is intenser geworden: ook in Zoetermeer hebben we de afgelopen jaren ‘tropisch’ aandoende buien gehad.

Inspelen op klimaatverandering

Meer warmte, meer zon maar ook droogteperioden dan wel overvloedige buien, wat betekent dat voor ons als burgers? Kunnen we daar zelf mogelijk op inspelen? Ik zou op de eerste plaats willen pleiten voor het vergroenen van tuinen (als je er een hebt natuurlijk). Een plantenrijke tuin met weinig/geen steen houdt meer vocht vast bij droogte maar neemt ook beter water op bij stortbuien. Én het is beter voor de insecten en indirect ook voor insecteneters zoals vogels en egels. Ik zie ook kansen om gebruik te maken van ons zonniger wordende klimaat. Zo worden zonnepanelen steeds rendabeler. Niet alleen is er steeds meer instraling van de zon maar de prijs/kwaliteit verhouding van de panelen verbetert nog steeds. Als je zelf geen dak en/of voldoende financiële middelen hebt, kun je misschien een oplossing vinden bij DEZO (Duurzame Energiecoöperatie Zoetermeer). Zelf zonnepanelen kopen en op je eigen dak leggen is de beste en voordeligste keuze. Maar als dat niet kan zijn er ook alternatieven om ‘eigen’ zonnepanelen in een collectief zonnepark te kopen. Voorzitter Rens Schipper, DEZO: “Je hebt dan niet de ‘lasten’ maar wel de ‘lusten’ van zonnepanelen. Het is zelfs mogelijk om zonder investering mee te doen. Daarbij maakt het niet uit of je woningeigenaar, huurder of ondernemer bent. Enige voorwaarde is dat je in de directe omgeving van het zonnepark woont.”

Wil je meer weten over deelname in een collectief zonnepark ga dan naar www.stroomvandezoetermeersezon.nl . Dit is een initiatief van de Duurzame Energiecoöperatie Zoetermeer, een burgerinitiatief door inwoners van Zoetermeer voor inwoners van Zoetermeer.

Tekst: Rob Oele

Foto zon: Rob Oele
Foto bloesem in januari: Miroslav Buhac